Als uitvaartspreker begint mijn werk niet bij het schrijven, maar bij het luisteren. Nog voor er een zin op papier staat, is er het voorgesprek. Een ontmoeting waarin herinneringen voorzichtig worden aangeraakt, waarin stiltes soms meer zeggen dan woorden, en waarin het levensverhaal zich stukje bij beetje ontvouwt.
Luisteren is meer dan vragen stellen. Het vraagt om aandacht voor nuance, voor wat tussen de regels wordt gezegd, voor de emotie die schuilgaat achter een anekdote. Nabestaanden vertellen niet alleen feiten; zij vertellen betekenis. Wat typeerde hem? Waar stond zij voor? Wat maakte dit leven uniek?
In dat gesprek gebeurt iets wezenlijks. Door herinneringen hardop uit te spreken, krijgt het verlies gestalte. De onomkeerbaarheid wordt voelbaar, maar ook de waarde van wat is geweest. En wat altijd zal zijn. 'Nu je niet meer bent waar je was, ben je overal waar wij zijn'.
Als psycholoog weet ik hoe belangrijk erkenning en ordening zijn in tijden van verlies. Verhalen helpen om samenhang te ervaren. Als uitvaartspreker vertaal ik die verhalen vervolgens naar woorden die passen bij de overledene en bij degenen die achterblijven. Woorden die recht doen aan het leven en troost bieden in het afscheid.
Spreken op een uitvaart is zichtbaar werk. Luisteren is dat niet. En toch ligt daar de kern. Want wie zorgvuldig luistert, kan met zorgvuldigheid spreken.
